Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home → Risico's → Veiligheid → Werken aan spoor, wegen, bruggen & sluizen
Zoek pagina
leeswijzer

De Arbocatalogus Provincies is met de grootst mogelijke zorg samengesteld onder verantwoordelijkheid van het A&O Provincies en van toepassing op de medewerkers die vallen onder de provincie CAO. Werkgevers en vakbonden in de sector beschrijven in de arbocatalogus samen hoe provincies kunnen voldoen aan wettelijke eisen op het gebied van veilig en gezond werken. Elke provincie is zelf verantwoordelijk voor het toepassen van de beschikbare informatie volgens de arbeidshygiĆ«nische strategie.

In de gebruikershandleiding leest u hoe u de site het best kunt gebruiken.


Heeft u na het lezen vragen, tips of wilt u reageren op de inhoud van de Arbocatalogus, stuur dan een mailtje naar info@aenoprovincies.nl.

Meer informatie over het A&O Provincies of voor ontvangen van de digitale nieuwsbrief van het A&O Provincies klik hier: www.aenoprovincies.nl

 

Veilig werken aan: spoor, wegen, bruggen & sluizen

Binnen provincies wordt langs spoor, wegen en bruggen en sluizen gewerkt. Bij deze werkzaamheden zijn diverse risico's denkbaar. De functies die deze werkzaamheden uitvoeren zijn bijvoorbeeld kantoniers (verkeersinspecteurs), rayonmanagers, landmeters, vrachtwagenchauffers, sluiswachters, monteurs e.d. Het is dan ook van belang dat door de RI&E uit te voeren de juiste maatregelen genomen worden om risico's te voorkomen en te verkleinen. In de RI&E provincies zijn deze onderwerpen opgenomen. Voor meer info over de RI&E Provincies, klik hier: www.aenoprovincies.nl Achtereenvolgens komen werken langs de weg, werken aan het spoor en werken aan bruggen & sluizen aan de orde.

Werken langs de weg

Werkzaamheden aan de weg veroorzaken een verstoring in het wegbeeld. De verwachting van de weggebruiker wordt verstoord en de doorstroom van het verkeer wordt in meer of mindere mate gehinderd. Dat brengt risico’s met zich mee, bijvoorbeeld het gevaar van een aanrijding. Functies bij provincies waarbij het aspect werken langs de weg een risicofactor is, zijn bijvoorbeeld kantorniers (verkeersinspecteurs), landmeters en vrachtchauffeurs.

Wettelijke basis

De (algemene) wetgeving voor arbeidsplaatsen is te vinden in artikel 3.2 van het Arbobesluit. De werkgever moet de gezondheid en veiligheid van medewerkers beschermen, uiteraard ook bij werkzaamheden op of langs de weg. Door middel van de RI&E moet er inzicht zijn in de risico’s die de medewerkers lopen bij de uitvoering van hun werk. Door goede instructies en goede beschermende maatregelen kunnen medewerkers veilig werken langs de weg.
Voor de keuze van de te nemen maatregelen zijn een aantal factoren van belang: 
 de afstand tussen de werkzaamheden en het verkeer. Is de afstand tot het verkeer groter, dan kan er met minder maatregelen worden volstaan dan wanneer de werkzaamheden op of direct naast de rijbaan plaatsvinden. 

  • de snelheid van het langsrijdende verkeer 
  • de tijdsduur van de werkzaamheden 
  • het type weg waar langs of op gewerkt wordt

Maatregelen kunnen zijn:

  • het werk door meerdere werknemers laten doen, als er iets gebeurt dan is er altijd hulp
  • een snelheidsbeperking voor de weggebruikers 
  • het plaatsen van een afzetting, bijvoorbeeld verkeerskegels, een voertuigkerende scheiding of een rijdende afzetting 
  • werken volgens strikte veiligheidsinstructies 
  • het plaatsen van extra verlichting bij slecht weer of bij werkzaamheden in het donker 
  • het dragen van kleding met een hoge zichtbaarheid, bijvoorbeeld reflecterende kleding (NEN471)

 
In de (commerciële) richtlijnen van het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) is aangegeven hoe u bij werkzaamheden op of rond de weg de eigen veiligheid moet bewaken. Er bestaan eisen over:

  • ontheffing 
  • signalerende kleding 
  • bebakeningsmateriaal 
  • zwaailichten 
  • hoogspanningsleidingen 
  • ondergrondse leidingen 
  • voertuigen parkeren

Let op

Let ondanks alle maatregelen altijd goed op het verkeer. Het gaat immers om uw eigen veiligheid.

Afzettingen

Voor afzettingen op verschillende typen niet-autosnelwegen, moet u zich houden aan de richtlijnen in de (commerciële) CROW-publicatie 96b Handboek wegafzettingen op niet-autosnelwegen en wegen binnen de bebouwde kom. Elke provincie moet via eigen regelingen zorgen voor toegankelijkheid van deze CROW- publicatie. Deze richtlijnen zijn niet vrijblijvend. Als hiervan wordt afgeweken, dan moet dit schriftelijk worden vastgelegd en gemotiveerd en door de wegbeheerder worden goedgekeurd. In de oplossing van de provincie Groningen zijn de voorschriften van de CROW publicatie 96b verwerkt. Binnen provincies komen autosnelwegen weinig voor, echter wel wegen die sterk lijken op autosnelwegen. Daarom is het raadzaam de voorschriften van de CROW publicatie 96a eveneens te raadplegen. In de enkele uitzonderings- gevallen dat er binnen een provincie wel snelwegen onder de provincie vallen, is het uiteraard van belang de publicatie 96a van de CROW op te volgen.

Kortdurende werkzaamheden

Bij kortdurende werkzaamheden kan er een spanningsveld optreden tussen snel optreden en handelen volgens de richtlijnen. Door vooraf afspraken te maken over de te kiezen werkwijze, kunt u in zulke situaties de juiste afweging maken. Het kan ook helpen om in het werkoverleg regelmatig verkeerssituaties te bespreken die als risicovol worden ervaren.

Verkeer op het eigen terrein

Ook verkeer dat rijdt op het eigen terrein, kan risico’s met zich mee brengen. Er kunnen bijvoorbeeld grote voertuigen rijden tijdens het strooien of voor het brengen en halen van containers. Als het terrein niet is afgesloten, kunnen derden het onopgemerkt betreden. U kunt ongevallen voorkomen door bijvoorbeeld een eigen vervoersreglement op te stellen en hiernaar te verwijzen. Verder kunt u ongevallen voorkomen door bijvoorbeeld:

  • duidelijk een maximumsnelheid (van bijvoorbeeld stapvoets rijden) aan te geven  
  • aan te geven dat onbevoegden geen toegang hebben
  • markeren en scheiden van verkeersstromen (voet-fietspaden e.d.)
  • slagboom plaatsen

Oplossingen

Oplossing Provincie Groningen: veiligheidsvoorschriften rond wegen

De provincie Groningen maakt voor werken langs wegen gebruik van een processchema waarmee gestructureerd alle maatregelen die nodig zijn bij de inventarisatie, voorbereiding en uitvoering van werken op of langs de weg langsgelopen worden.  Daarnaast is er voor drie typen werkzaamheden binnen de provincie (beton- en waterbouw, verkeerstellingen en kanaalbeheer) een werkproces beschreven bij werken langs de weg. Dit werkproces moet men voor aanvang werkzaamheden doorlopen en uitvoeren.
Klik hier voor meer informatie:

 

Werken aan het spoor 

Er zijn situaties waar medewerkers van de provincie op, of in de buurt van spoorwegen moeten werken. Dit is het geval bij de bediening van een spoorbrug, en bij werkzaamheden op spoorwegovergangen of spoorbruggen over sluizen.

Voor de veiligheid langs het spoor gelden de regels van ProRail, de beheerder van het spoorwegnet in Nederland. Het Normenkader veilig Werken (NVW) van Prorail is hierbij de leidraad. Deze is te vinden op de website www.railalert.nl  
De belangrijkste risico's langs het spoor zijn:
Aanrijdgevaar: de trein is sneller bij je dan je denkt.
Electrocutiegevaar: op de bovenleiding staat zeer hoge spanning.

Instructie op internet
Op de site http://www.vtos.nl/ vind je een instructieprogramma. In dit programma leer je wat de gevaren zijn van werken langs het spoor en wat je moet doen of juist nalaten om gevaarlijke situaties te vermijden. Na het doorlopen van de instructies doe je een toets, waarmee je een certificaat kunt halen. Dit certificaat is drie jaar geldig.
Met een certificaat kun je van de provincie een Bewijs van Toegang krijgen. Hiervoor maakt de provincie afspraken met ProRail. Op dit BvT staat aangegeven waar je mag komen, waarom en wanneer.

Medewerkers van de provincie die voor hun werk in de buurt van het spoor moeten werken, zijn verplicht dit certificaat te behalen en tijdig te vernieuwen. Je mag alleen met een specifieke opdracht van de provincie op het spoorterrein komen. Dit kan bijvoorbeeld zijn voor de regelmatige bediening van een brug, of voor incidentele werkzaamheden.

Van belang voor medewerkers:

  • Onderschat de risico's van werken langs het spoor nooit, jaarlijks vallen er nog gewonden en dodelijke slachtoffers. Werk daarom steeds bewust veilig.
  • Draag altijd een geel veiligheidsvest (NEN 471) met reflecterende strepen als je langs het spoor loopt. Hieronder geen oranje of rode kleding. Oranje is voorbehouden aan de veiligheidsman. Voor bedienaren is dit geen probleem, maar dit kan conflicteren met de oranje werkkleding van de provincie bij werkzaamheden op of bij een overweg, maak hierover afspraken met ProRail. 
  • Blijf buiten het risicogebied, dit is de ruimte die een trein nodig heeft om ongehinderd te kunnen rijden. Concreet betekent dit dat je tenminste op 2,25 meter van het midden van het spoor blijft. 
  • Steek het spoor niet over, tenzij dit voor het werk noodzakelijk is, en dan alleen op plaatsen die hiervoor bedoeld zijn.
  • Stap nooit in een wissel, deze worden op afstand bediend.
  • Denk om de risico's van de bovenleiding als er in de hoogte of met lange voorwerpen wordt gewerkt. Houdt tenminste 1,5 meter afstand tot de bovenleiding.
  • Ken de signalen en wees alert op de eventuele nadering van een trein.
  • Bij werken aan een overweg moeten er vooraf duidelijke afspraken worden gemaakt over veiligheidsmaatregelen, wijkplaatsen, aanwijzen veiligheidsman, procedure melen en afmelden van aanwezigheid. Dit in overeenstemming met de regels van ProRail.
  • Zorg dat je je Bewijs van Toegang bij je hebt, ProRail mag hierop controleren.

 

Werken aan bruggen en sluizen

Onderhoud en reparaties van bruggen en sluizen, met name in de machineruimtes, brengt extra risico’s met zich mee. Monteurs die deze werkzaamheden verrichten, moeten op de hoogte zijn van deze risico's en maatregelen nemen om ze te beheersen. Daarnaast zijn uiteraard de maatregelen van toepassing die horen bij de uit te voeren werkzaamheden, zoals lassen of werken aan electrische installaties.

Wetgeving

Hoofdstuk 3 en 7 van het Arbobesluit zijn voor dit onderwerp van toepassing.

Risico’s en maatregelen

Ten aanzien van de volgende risico's moeten bijzondere maatregelen worden genomen:

  • gevaar van bewegende delen
  • kans op verstrikt raken
  • knellen en pletten

Bij bewegende bruggen en sluisdeuren bestaat het risico te worden geraakt of meegetrokken door bewegende of draaiende delen. Denk aan aandrijfassen en contragewichten. Men kan met kleding of haren vastraken of lichaamsdelen kunnen bekneld raken, dit alles met ernstige, zelfs dodelijke gevolgen.

In de ontwerpfase kunnen een aantal van deze risico's worden voorkomen:

  • Zorg voor voldoende ruimte
  • Scherm bewegende delen af
  • Breng belangrijke schakelaars, smeerpunten, e.d. aan  op een centrale, veilig bereikbare plek. Hierdoor wordt niet alleen veiliger, maar ook efficienter en schoner gewerkt
    Pas bestaande installaties zoveel mogelijk aan in deze zin.

Om de bestaande risico’s te beperken worden de volgende maatregelen genomen:

  • Voor of direct na betreden van de machineruimte wordt de aandrijving uitgeschakeld met een werkschakelaar. Deze hoort direct bij de toegang te zijn gemonteerd. Als het nodig is om tussentijds te bedienen, bijvoorbeeld voor een test, dan mag dit alleen na expliciete toestemming van de monteur, deze zorgt dat hij op een veilige plek staat voordat hij de werkschakelaar weer terugzet.
  • Bewegende delen die een risico opleveren worden afgeschermd, zodat deze niet bereikbaar zijn tijdens de bediening (cf. NEN 6786 en 6787).
  • Bewegende delen worden gemarkeerd zodat zij duidelijk opvallen en zodat het zichtbaar is wanneer zij bewegen (bijvoorbeeld een blokjespatroon). De plaatsen waar men een risico loopt zijn als zodanig gemarkeerd.
  • Draag kleding die voldoende strak zit en vermijd lang haar, dassen e.d. zodat men niet verstrikt kan raken.

Elektrocutie

Het werken aan de electrische installaties brengt het risico van electrocutie met zich mee. Werkzaamheden aan deze installaties worden in principe spanningsloos uitgevoerd. Als het onvermijdelijk is dat er met spanning gewerkt wordt, zorg dan voor veilig, goed geïsoleerd, en voor het werk geschikt gereedschap. Werk op een geïsoleerde ondergrond (bv. rubber mat). Plaats voor vertrek de afscheidingen terug.

De provincie Groningen heeft in hun veiligheidshandboek een paragraaf over werken aan electrische installaties opgenomen. Klik hier voor de oplossing van de provincie Groningen

Beperkte toegangsmogelijkheid

Vaak zijn de mechanieken van bruggen en sluizen slecht toegankelijk, vooral oudere installaties.
Bij nieuwe installaties moet al in de ontwerpfase rekening worden gehouden met de noodzaak goede toegangs- en vluchtwegen te maken. Bij bestaande installaties moeten deze zoveel mogelijk worden aangepast:

  • Plaats ruime, veilig bereikbare deuren of luiken. Houd hierbij rekening met de verkeerssituatie.
  • Trappen en ladders moeten vastgezet kunnen worden en voorzien zijn van slipvaste treden en een leuning. Ze moeten schuin aflopen.
  • Luiken moeten kunnen worden vastgezet en voorzien zijn van een bescherming tegen valgevaar, bijvoorbeeld met een leuning.
  • Smeerpunten, verkeersseinen, e.d. moeten goed bereikbaar zijn vanaf het brugdek, een veilig bordes, o.i.d. Zorg voor goede steunpunten en aanhaakpunten voor valbeveiliging op de plaatsen waar onderhoudspunten moeilijk bereikbaar zijn.
  • Als het verkeer in gevaar wordt gebracht door de werkzaamheden, of de monteur, moeten gepaste verkeersmaatregelen worden genomen, volgens CROW 96b. Raadpleeg hiervoor het item  werken langs de weg.
  • Als er sprake is van een nauwe of moeilijke toegang, terwijl er risicovolle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, moet de ruimte mogelijk worden aangeduid als {BESLOTEN RUIMTE} en moeten de hierbij behorende maatregelen worden vastgesteld. Link naar het item besloten ruimten

Samenwerking met bediening
Het belang van de bediening is een ongestoorde voortgang van weg- en scheepvaartverkeer. Dit conflicteert met het belang van de monteur om ongestoord zijn werk te doen. Het kan nodig zijn de brug te bedienen terwijl de monteur nog aan het werk is. Als de monteur hierop niet is voorbereid, door onwetendheid of ongeduld, kunnen gevaarlijke situaties ontstaan. Steeds meer worden bruggen op afstand bediend, er is dan geen direct contact tussen bedienaar en monteur. Om het werk van brugbedienaars en monteurs op elkaar af te stemmen, zijn afspraken en maatregelen nodig, zowel bij de voorbereiding als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Deze afspraken moeten worden vastgelegd, bijvoorbeeld in een werkvergunning: link naar voorbeeld werkvergunning. De kern van deze afspraken is dat de monteur toestemming moet geven om te kunnen bedienen.

Oplossingen

Oplossing van de Provincie Groningen: Procedure veilig werken aan bruggen en sluizen.

De provincie Groningen heeft in een procedure omschreven hoe de samenwerking tussen bedienaar en monteur veilig kan worden uitgevoerd: Veilig werken aan bruggen en sluizen, versie 2.0. Hierin staan afspraken en maatregelen die van toepassing zijn bij de voorbereiding en de uitvoering van de werkzaamheden.  Met deze procedure worden de werkzaamheden van brugbedienaars en technici op elkaar afgestemd. Ze gelden voor al het werk dat gedaan wordt voor onderhoud en reparaties rond bruggen en sluizen, op het land en vanaf het water, met name in de machineruimtes. Klik hier voor de procedure. Deze procedure is een onderdeel van het veiligheidshandboek van de provincie. Hierin zijn  voorschriften opgenomen voor veilig werken met diverse arbeidsmiddelen, werken in besloten ruimtes, duikarbeid, etc.

 


Document acties