Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home → Risico's → Veiligheid
Zoek pagina
leeswijzer

De Arbocatalogus Provincies is met de grootst mogelijke zorg samengesteld onder verantwoordelijkheid van het A&O Provincies en van toepassing op de medewerkers die vallen onder de provincie CAO. Werkgevers en vakbonden in de sector beschrijven in de arbocatalogus samen hoe provincies kunnen voldoen aan wettelijke eisen op het gebied van veilig en gezond werken. Elke provincie is zelf verantwoordelijk voor het toepassen van de beschikbare informatie volgens de arbeidshygiĆ«nische strategie.

In de gebruikershandleiding leest u hoe u de site het best kunt gebruiken.


Heeft u na het lezen vragen, tips of wilt u reageren op de inhoud van de Arbocatalogus, stuur dan een mailtje naar info@aenoprovincies.nl.

Meer informatie over het A&O Provincies of voor ontvangen van de digitale nieuwsbrief van het A&O Provincies klik hier: www.aenoprovincies.nl

 

Veiligheid

Arbowet

Volgens de Arbowetgeving is iedere werkgever verantwoordelijk voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met arbeid verbonden aspecten en voert daartoe een beleid dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden, gelet op de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening.
De Arbowet schrijft voor dat werkgever en werknemers moeten samenwerken bij de uitvoering van het arbobeleid. Daarom moet de werkgever hierover overleggen en duidelijke afspraken maken met de ondernemingsraad (Arbowet, artikel 12). De OR heeft instemmingsrecht op alle regelingen die te maken hebben met arbo, ziekteverzuim en re-integratie.

Veiligheid vergt, in de geest van de Arbowetgeving, een gezamenlijke inspanning van werkgever en werknemer. Leidinggevende en medewerker spreken, vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid, regelmatig over arbeidsomstandigheden, bijvoorbeeld in het werkoverleg of in het jaargesprek. Het doel waar samen naar gestreefd moet worden is een plezierige en gezonde werkomgeving waarbij risico's van het werk zo klein mogelijk zijn en waarbij inzetbaarheid centraal staat.

Arbobeleid

De werkgever moet zorgen voor een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid (Arbowet, art. 3). Het is wenselijk is dat hij zijn intenties en algemene doelstellingen op het gebied van arbo schriftelijk vastlegt in een zogenoemde arbobeleidsverklaring. In een arbobeleidsplan of arbobeleid wordt zo’n verklaring uitgewerkt. De doelstellingen op het gebied van arbo worden daarin helder en concreet geformuleerd. Daarbij is aangegeven op welke manier en met welke middelen deze moeten worden bereikt. De middelen kunnen uiteenlopen van preventieve en technische maatregelen tot voorlichting en opleiding of het gebruik van PBM’s.

Arbeidshygiënische strategie

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) worden in de wet gezien als laatste middel om (arbeidsgebonden) risico’s te beperken. Gevaren moeten zoveel mogelijk aan de bron worden weggenomen (Arbowet, artikel 3). Soms kan dat direct; voor andere gevaren zijn verstrekkender maatregelen of vervolgonderzoek noodzakelijk. Voordat PBM’s worden ingezet, moeten de volgende maatregelen worden overwogen en indien mogelijk worden uitgevoerd (in rangorde):

  1. het risico voorkomen door bijvoorbeeld een andere techniek of een andere stof te gebruiken, een werkverbod in te stellen of de emissie van een toxische stof te beperken
  2. het risico beperken door technische maatregelen, bijvoorbeeld afscherming, afzuiging of luchtbehandeling
  3. het risico beheersen door bijvoorbeeld een andere organisatie van het werk, andere werkmethoden, veilig handelen of het afschermen van de mens aan de bron
  4. wanneer bovenstaande maatregelen het gevaar onvoldoende wegnemen, moeten PBM’s worden gebruikt. PBM’s mogen alleen worden toegepast als de overige maatregelen niet uitvoerbaar zijn of onvoldoende zekerheid bieden.

In deze stapsgewijze aanpak geldt dat de bescherming op een kwalitatief lager niveau alleen acceptabel is, als aan het hogere niveau redelijkerwijs niet kan worden voldaan. De term ‘redelijkerwijs’ geeft aan dat een belangenafweging mag plaatsvinden. Alleen bij zwaarwegende argumenten is het gerechtvaardigd dat (nog) niet aan de arbeidshygiënische strategie wordt voldaan.

Risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E)

De risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E) is al sinds 1 januari 1994 verplicht voor alle werkgevers. Het plan van aanpak is een verplicht onderdeel van de RI&E. Dat staat in de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet). Vanaf 1 januari 2007 geldt de nieuwe Arbeidsomstandighedenwet. De verplichting om een RI&E uit te voeren, inclusief plan van aanpak, is hierin duidelijk beschreven.

Belangrijkste ‘ankerpunten’ van de RI&E in het provinciale arbobeleid zijn:

  • Elke organisatie met personeel moet (laten) onderzoeken of het werk gevaar kan opleveren of schade kan veroorzaken aan de gezondheid van de werknemers. Dit onderzoek heet een RI&E en moet schriftelijk worden vastgelegd.
  • In het plan van aanpak (pva) moet de werkgever aangeven binnen welke termijn zijn organisatie concrete maatregelen gaat nemen tegen de geïnventariseerde risico's, en wat deze maatregelen opleveren.
  • De werkgever rapporteert jaarlijks aan de werknemers (of, als die er is, de Personeelsvertegenwoordiging) over de uitvoering van het plan van aanpak.
  • Als de arbeidsomstandigheden in uw organisatie veranderen, moet u de ook RI&E aanpassen. Denk hierbij aan de inrichting van een nieuwe productielijn, uitbreiding van uw dienstenpakket, een ingrijpende verbouwing of nieuwe taken voor uw medewerkers. De RI&E moet altijd actueel zijn.

 

Persoonlijke beschermingsmiddelen

De Arbowet (Artikel 3) verplicht de werkgever om persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar te stellen als gevaren en risico’s niet op een andere manier kunnen worden voorkomen (zie hierboven bij Arbeidshygiënische strategie. Ook moet hij zorgdragen voor goede voorlichting over, en toezien op het juiste gebruik ervan. De medewerkers dienen bewust om te gaan met veiligheid door de beschikbare persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken.


Aanschaf van nieuwe werktuigen en machines

Bij de aanschaf van nieuwe werktuigen en machines moet rekening worden gehouden met de veiligheidseisen die worden gesteld. Een leverancier moet veilige arbeidsmiddelen (machines) leveren. En een werkgever die zijn medewerkers arbeidsmiddelen laat gebruiken, moet zorgen dat deze geen gevaren voor de veiligheid en gezondheid van deze medewerkers kunnen veroorzaken.

In hoofdstuk 7 van het Arbobesluit staan allerlei verplichtingen waaraan werkgevers, als verantwoordelijk beheerders, moeten voldoen. Een werkgever heeft - naast de controle van tastbare en meetbare zaken –onder meer organisatorische maatregelen. Het gaat met name om zaken zoals keuringen van materieel en de opleiding van personeel. Iedere werkgever moet zelf bepalen hoe deze zaken in de organisatie worden opgenomen en uitgevoerd.

CE-markering

Sinds januari 1995 moeten fabrikanten alle machines die voor de eerste maal binnen de EU worden gebruikt, voorzien van een CE-markering. Dit geldt ook voor machines die worden gebouwd voor de verkoop, niet-gewijzigde machines die van buiten de EU worden geïmporteerd en gewijzigde (tweedehands of nieuwe) machines.
Als een machine is voorzien van een CE-markering, hoeft de werkgever op grond van artikel 7.2 van het Arbobesluit niet te onderzoeken of de machine voldoet aan alle in het Arbobesluit genoemde technische eisen. Wel moet hij de machine opnemen in de risico-inventarisatie en - evaluatie (RI&E), met daarin aandacht de plaats van de machine in het bedrijf en het veilig gebruik ervan.

Veilig werken

De werkgever heeft een aantal hulpmiddelen tot zijn beschikking om de arbeidsveiligheid binnen de organisatie structureel te verankeren. Een ervan is het opstellen van voorschriften, bijvoorbeeld met betrekking tot het werken met arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen. Voorschriften zijn verplichtingen, maar kunnen tevens worden gezien als hulpmiddelen om veilig te werken.

Ook regelmatig terugkerende veiligheidsinstructie draagt bij aan vergroting van de veiligheid. Zo dient veiligheid een regelmatig terugkerend onderwerp van bespreking te zijn tijdens het werkoverleg.

Good practise: instructie middels toolboxmeetings (Limburg)

De Arbowet verplicht de werkgever zijn medewerkers instructies te geven over het arbobeleid binnen de organisatie en hoe ze veilig kunnen werken. Dit kan in zogenaamde toolboxmeetings, een vorm van werkoverleg waarin arbeidsveiligheid centraal staat. Toolboxmeetings zijn afkomstig uit de Veiligheid, gezondheid en Milieu Checklist Aannemers (VCA), een VGM-beheersysteem dat van oorsprong is ontwkkeld voor de petrochemische industrie. De dienst PWD (Proviciale wegen en districten) van de provincie Limburg heeft een uitgebreide instructie laten opstellen rond de inzet van toolboxmeetings. Een aantal thema's is uitgewerkt, o.a. orde en netheid, PBM, alleenwerken, nachtwerk en registratie van ongevallen en incidenten.

Registratie van (bijna-)ongevallen

Omgaan met veiligheid is een continu leerproces. Ondanks alle maatregelen die de organisatie neemt om de veiligheid te borgen, ontkomt zij er niet aan dat medewerkers bij het uitvoeren van werkzaamheden (on)voorzien soms aan gevaren worden blootgesteld. De kans op een ongeval of een bijna-ongeval is altijd aanwezig. Doet zich een ongeval of een bijna-ongeval voor dan is het belangrijk dat daar een melding van wordt gedaan. Registratie van ongevallen of bijna-ongevallen is nodig om als organisatie adequate maatregelen te kunnen treffen, bijvoorbeeld het aanpassen van de werkplek, het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen, verzorgen instructie en/of werkmethodes veranderen.

 

Kies links het onderdeel waarover u meer informatie wilt.


Document acties