Integriteit
Aangezien integriteit binnen de provincies geldt als ‘gewenst gedrag’, wordt niet-integer handelen opgevat als ongewenst gedrag. Ambtenaren moeten zich er permanent van bewust zijn dat zij voor de gemeenschap werken en uit gemeenschapsgeld worden betaald. Om als overheid adequaat te kunnen functioneren is een integer ambtelijk apparaat vereist. Bestuurlijke integriteit houdt in dat bestuurders in de uitoefening van hun ambt de Grondwet en alle overige wetten moeten nakomen en hun plichten naar eer en geweten vervullen. Daartoe leggen bestuurder bij installatie in hun ambt een ambtseed af. Zij verklaren daarmee dat zij op zuivere en integere wijze in de functie zijn gekomen en zo ook in de toekomst zullen handelen.
Een voorbeeld: u weet dat een collega regelmatig exclusieve etentjes heeft met een externe adviseur, waarbij de adviseur steeds betaalt. Een gesprek met deze collega hierover weerhoudt hem niet van de etentjes.
TIPS
De uitgangspunten met betrekking tot integriteit zijn vastgelegd in de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies, onder Artikel F.1.
Zie ook de Leidraad integriteit gewaarborgd, ontwikkeld door het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS; onderdeel van de directie Arbeidszaken Openbare Sector van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

