Zwangerschap en werk
De werkgever moet Arborisico’s die van invloed kunnen zijn op de zwangerschap, het ongeboren kind en de zuigeling inventariseren en hier beleid op voeren.
De meeste voorschriften waar werkgevers mee te maken krijgen staan in de Arbowet, het Arbobesluit en de Arbeidstijdenwet. Bij arbeidsongeschiktheid door zwangerschap of bevalling kan de werkgever een ziektewetuitkering aanvragen bij het UWV. Dit geldt ook voor gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. De Wet Arbeid en Zorg beschrijft de verlofregelingen. In het Burgerlijk Wetboek staat de ontslagbescherming tijdens de zwangerschap, tijdens het verlof en de korte periode aansluitend aan dit verlof na werkhervatting.
Door middel van de RI&E moet worden geïnventariseerd welke risico’s er zijn voor vruchtbaarheid, de zwangerschap, het ongeboren kind en de zuigeling. Op basis van de inventarisatie moet beleid gemaakt worden.
Een werkgever is verplicht maatregelen ter bescherming van de zwangere medewerkster en het ongeboren kind te nemen. De volgorde waarin de maatregelen genomen moeten worden schrijft de wet ook voor (arbobesluit art.1.42):
- De risico’s wegnemen binnen de eigen functie en de eigen werkplek
- Aanpassingen van het werk en/of aanpassingen van de werk- en rusttijden
- Ander werk
- Het tijdelijk vrijstellen van het verrichten van arbeid.
Let op: Een volgende maatregel mag pas genomen worden als een eerdere maatregel redelijkerwijs niet mogelijk is.
De zwangere medewerkster heeft recht op aanpassing van de werk- en rusttijden (art 4.5/4.7 arbeidstijdenwet).
- Beperking van onregelmatig werk in het algemeen en nachtarbeid in het bijzonder
- Extra pauzes
- Maximering van het aantal werkuren per dag, maand kwartaal
- Gelegenheid om zwangerschapsonderzoeken te ondergaan
In de zwangerschap heeft de werkneemster recht op het gebruik van een rustruimte: tenminste af te sluiten, heeft een bed of rustbank en is rustig en biedt privacy. (artikel 3.48 Arbobesluit).
De risico’s bij provincies voor zwangere medewerksters mee te maken kunnen krijgen:
- Fysieke belasting
Noodzaak tot bukken, hurken of knielen bij de arbeid zoveel mogelijk voorkomen. In de laatste drie maanden kan niet worden verplicht dit vaker dan eenmaal per uur te doen of staande voetpedalen te bedienen.
Noodzaak tot handmatig tillen van gewichten tijdens de zwangerschap en tot drie maanden na de bevallen zoveel mogelijk beperken. Komt het toch voor dan:
- Tijdens de hele zwangerschap en drie maanden erna minder dan 10 kilo tillen
- Vanaf de 20e week van de zwangerschap 5 kilo niet vaker dan 10 keer per dag tillen
- Vanaf de 30e week van de zwangerschap 5 kilo niet vaker dan 5 keer per dag tillen
- Klimaatomstandigheden
Geen blootstelling aan onbehagelijke klimaatomstandigheden
- Blootstelling aan gevaarlijke stoffen
Tijdens de zwangerschap en de periode erna tijdens lactatie geen blootstelling aan stoffen die de gezondheid van de zwangere zelf of hun (ongeboren) kind kunnen schaden. Of blootstelling aan stoffen die risico op verminderde vruchtbaarheid veroorzaken.
- Blootstelling aan biologische stoffen
- Werkstress
- Lawaai
Niet meer dan 80 db(A) en piekgeluiden boven 200Pa
- Ongevalstrauma’s (door ongevallen en agressie & geweld)
- Lichaamstrillingen
Geen blootstelling aan lichaamstrillingen of schokken met een versnelling van meer dan 0,25 m/s²
Risico-inventarisatie en evaluatie
Als een medewerkster heeft aangegeven zwanger te zijn moet de werkgever voorlichting geven over de risico's van het werk tijdens de zwangerschap en de periode na de bevalling waarin de medewerkster borstvoeding wenst te geven. Deze risico's dient de werkgever in de RI&E te vermelden. Per provincie moet dus geïnventariseerd worden wat de specifieke risico’s voor zwangere medewerkers zijn.
In het Arbobesluit zijn overigens vier expliciete verboden opgenomen:
De zwangere medewerkster mag in het werk niet:
- worden blootgesteld aan lood en zijn verbindingen
- worden blootgesteld aan Toxoplasma (Kattenziekte) en het Rubellavirus (Rodehond)
- werken onder overdruk zoals duiken en caissonarbeid
- werken in de ondergrondse winningindustrie
[artikelen 4.108, 4.109, 6.29 en 6.29a Arbobesluit]
Met name het 2e punt is bij Provincies een niet ondenkbaar risico voor bijvoorbeeld ecologisch medewerkers.
Wettelijke basis
- Arbowet artikel 3 lid 1, artikel 5 lid 1 en artikel 8 lid 1
- Arbobesluit, artikel 1.1 leden 5b en 5c, artikel 1.41, artikel 1.42, artikel 3.48, artikel 4.108, artikel 4.109, artikel 6.29, artikel 6.29a, artikel 9.5a
- Arbeidstijdenwet, artikelen 4:5 t/m 4:8
- Besluit stralingsbescherming, artikel 16, artikel 80, artikel 81
- Ziektewet, artikel 29 en 29a
- Burgerlijk Wetboek, artikel 7:629, artikel 7:667, lid 8 en artikel 7:670, lid 2 en 7
- Wet arbeid en zorg, hoofdstuk 3 en hoofdstuk 6
Tips en links
De beroepsvereniging voor bedrijfsartsen heeft een richtlijn “ zwangerschap, postpartumperiode en werk” uitgebracht, met hierin informatie over fysieke belasting, gevaarlijke stoffen en een onderdeel over infectieziekten.
De handreiking van de stvda:
Toolkit Kinderwens, Zwangerschap en werk
De toolkit is ontwikkeld door het Erfocentrum en het RIVM/Centrum voor Bevolkingsonderzoek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

