Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home → Risico's → Arbeidshygiëne en ergonomie → Het Nieuwe Werken
Zoek pagina
leeswijzer

De Arbocatalogus Provincies is met de grootst mogelijke zorg samengesteld onder verantwoordelijkheid van het A&O Provincies en van toepassing op de medewerkers die vallen onder de provincie CAO. Werkgevers en vakbonden in de sector beschrijven in de arbocatalogus samen hoe provincies kunnen voldoen aan wettelijke eisen op het gebied van veilig en gezond werken. Elke provincie is zelf verantwoordelijk voor het toepassen van de beschikbare informatie volgens de arbeidshygiënische strategie.

In de gebruikershandleiding leest u hoe u de site het best kunt gebruiken.


Heeft u na het lezen vragen, tips of wilt u reageren op de inhoud van de Arbocatalogus, stuur dan een mailtje naar info@aenoprovincies.nl.

Meer informatie over het A&O Provincies of voor ontvangen van de digitale nieuwsbrief van het A&O Provincies klik hier: www.aenoprovincies.nl

 

Nieuwe Werkstijlen

Nieuwe Werkstijlen: Het Nieuwe Werken

Inleiding

Provincies zijn al langere tijd bezig met het “Het Nieuwe Werken”. De mate waarin en de manier waarop dit gedaan wordt, verschilt per provincie. Elke provincie kiest hierbij zijn tempo, eigen aanpak en uitgangspunten. Bij de ene provincie zijn de nieuwe werkstijlen vooral telewerken/thuiswerken en de andere provincie kiest bijvoorbeeld voor een flexibel kantoorconcept met hierbij tijd- en plaats onafhankelijk werken. Ondanks de verschillen is wel duidelijk dat alle provincies bewust kiezen voor het toepassen van nieuwe werktechnieken, al dan niet gecombineerd met de reeds bestaande werkwijzen.

We kiezen ervoor in deze Arbocatalogus gemakshalve één begrip te gebruiken: Nieuwe Werkstijlen. Dit omvat de verschillende  begrippen als  Het Nieuwe Werken, flexibel werken, thuiswerken, telewerken  en tijd- en plaatsonafhankelijk werken. Het gaat over nieuwe ontwikkelingen in het werk van kantoor tot thuiswerken en mobiel werken onderweg.

Wat omvat Nieuwe Werkstijlen?

Nieuwe Werkstijlen omvat veelal meer dan alleen plaatsonafhankelijk werken of thuiswerken.  Door voortgaande technologische (ICT) ontwikkelingen kan er op verschillende manieren en verschillende momenten gewerkt worden. De bestaande en bekende kaders zijn niet meer van toepassing: een medewerker krijgt meer ruimte om te bepalen hoe hij werkt, waar hij werkt, wanneer hij werkt, waarmee hij werkt en met wie hij werkt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen werken thuis, op kantoor of elders. De stijl van leidinggeven verandert hierdoor van direct naar indirect en wordt meer afhankelijk van goede afspraken. Een nieuwe werkstijl kan voor organisaties en medewerkers veel voordelen opleveren. Het kan kosten beperken, het werkplezier vergroten, de werkgever aantrekkelijker maken, ziekteverzuim terugdringen en werknemers helpen om arbeid en privé beter te combineren. Naast de voordelen zijn er ook ” nieuwe risico’s”, zo blijkt uit onderzoeken. Medewerkers vinden het bijvoorbeeld lastiger de balans werk en privé te bewaken. Sommige medewerkers ervaren hierdoor een grotere werkdruk. Daarnaast wordt door werken op afstand het contact met de organisatie anders. Dit kan consequenties hebben voor de ervaren binding met de organisatie en collega’s en vraagt veelal een andere stijl van leidinggeven. Door vragen en vereisten met betrekking tot voorzieningen op de werkplek thuis of elders en de ruimere werktijden veranderd ook de rol, het takenpakket en de mate van bereikbaarheid van bijvoorbeeld de ondersteunende afdelingen als facilitaire zaken en ICT.

Deze Arbocatalogus gaat in op de arbo-aspecten van Nieuwe Werkstijlen. Het is voor goede arbeidsomstandigheden van belang dat de werkgever zich bewust is van de voor- en nadelen van de nieuwe werkstijlen en deze inventariseert door middel van de RI&E om zo de juiste maatregelen te kunnen treffen.  U vindt hier de handvatten daarvoor.

De drie G’s Op basis van bovenstaande wordt duidelijk dat aan de slag gaan met Nieuwe Werkstijlen een interdisciplinaire en integrale aanpak vraagt. Een bekende opdeling is in Bytes-Bricks-Behaviour. Wij hebben gekozen voor de variant van de drie G’s: Gebouw (kantooraspecten), Gedrag (gedragsaspecten) en Gigabytes (ICT-aspecten). Een integrale en interdisciplinaire aanpak die betekent dat Nieuwe werkstijlen niet alleen een arbo-thema is maar een samenspel tussen de visie van de organisatie (directie/management), HRM, Arbo, Facilitair, OR en ICT.   

Veilig en gezond met Nieuwe Werkstijlen

De regels en richtlijnen voor de vaste kantoorwerkplekken in het provinciehuis zijn beschreven in deze Arbocatalogus in de module beeldschermwerk: Arbeidshygiëne en Ergonomie/Beeldschermwerk

Ook voor Nieuwe Werkstijlen is de Arbowet van kracht. Per 1 juli 2012 is de wetgeving hieromtrent versoepeld, maar de werkgever heeft nog steeds verplichtingen. Zoals in de inleiding al is genoemd zijn er naast de voordelen van Nieuwe Werkstijlen ook nadelen die effect op de arbeidsomstandigheden kunnen hebben. De werkgever heeft zorgplicht vanuit het Burgerlijk Wetboek en moet de Arbeidstijdenwet en verplichtingen vanuit de Arbowet naleven.

Wat moet er geregeld worden

Wat moet de werkgever regelen?
De verplichtingen uit de wetgeving komen op het volgende neer:

Risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E)

De werkgever moet de gevaren in verband met fysieke belasting voorkomen door onder meer (vooraf) de werksituatie te inventariseren en (regelmatig) te evalueren. Daarom moet in de RI&E ook het thuiswerken en plaatsonafhankelijk werken zijn meegenomen.

Psycho Sociale Arbeidsbelasting (PSA)

Bij Nieuwe Werkstijlen dient ook aandacht te zijn voor de PSA-aspecten van thuiswerken, zoals balans werk-privé. Klik hier voor PSA Werkdruk en Welzijn. In de RI&E dient dit aspect aan de orde te komen. Voorbeeld: Bijlage 2 bevat een checklist waarmee een medewerker kan afwegen of thuiswerken past bij hem of haar.

Voorlichting

De werkgever moet de werknemer voorlichten over mogelijke risico’s en maatregelen. Hij kan uiteraard niet continu toezicht houden. Daarom is goede voorlichting vereist. Voorbeeld: Voorbeelden van voorlichting en middelen op het gebied van beeldschermwerk zijn interactieve computerprogramma’s waarbij de werkplek op de juiste manier wordt ingericht (e-learning) of pauzesoftware. De werkgever moet erop vertrouwen dat de medewerker met de informatie uit de voorlichting zorgt voor zijn eigen veiligheid en gezondheid. De medewerker moet met de informatie uit de voorlichting zorgen voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en hierin zijn eigen verantwoordelijkheid hierin nemen. Bijlage 2 bevat een checklist waarmee een medewerker kan afwegen of thuiswerken past bij hem of haar. Hiervoor is door het Rijk ook een zelftest ontworpen. Het Nieuwe Werken Zelftest: http://www.benchmarkrijk.nl/HNW-zelftest

Ergonomische werkplek

De ergonomie van de werkplek moet periodiek gespreksonderwerp tussen leidinggevende en medewerker worden, als sprake is van werken buiten het provinciehuis. Hiervan worden gespreksverslagen gemaakt.
Voorbeeld: Dit kan bijvoorbeeld in de jaarlijkse planningsgesprekken plaatsvinden. De werknemer controleert daarbij zelf aan de hand van een checklist of de werkplek voldoet aan de ergonomische beginselen. Zie hiervoor bijlage 1. Alternatieven hiervoor zijn:

  1. De provincie laat de bestaande (thuis)werkplek checken door een deskundige of laat dit doen op basis van een gesprek tussen deskundige en medewerker en/of foto die een deskundige beoordeelt. De leidinggevende bespreekt dit vervolgens met de medewerker.
  2. De provincie richt de werkplek van de thuiswerker in. Als werknemers zelf over de juiste middelen beschikken, hoeft de provincie deze niet nogmaals ter beschikking te stellen.

Arbeidstijden

Er zijn verplichtingen vanuit de Arbeidstijdenwet, waarin staat hoe lang werknemers per dag en per week mogen werken en wanneer zij recht hebben op pauze of rusttijd. De werkgever is verantwoordelijk voor het naleven van de Arbeidstijdenwet. Daarvoor moet de werkgever afspraken maken, deze vastleggen en aandacht hebben (door het een gespreksonderwerp te maken) voor de werktijden van de werknemer ook al is de werknemer bij plaats onafhankelijk werken minder in beeld.

Goede werkplek thuis U heeft een goede werkplek nodig om uw werk veilig en gezond te kunnen doen. Een goede werkplek bestaat minimaal uit een goede stoel, een goede tafel en goede verlichting. Als u deze zaken zelf niet heeft, moet uw werkgever ervoor zorgen (als deze van u verlangt dat u thuiswerkt). Ook voor mensen die thuis werken met beeldschermen en computers gelden dezelfde vereisten aan de inrichting van de werkplek als op kantoor.

Wat moet de werknemer doen?

De werknemer is verplicht om met behulp van de voorlichting die hij van de werkgever heeft gekregen te zorgen voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van anderen. De werkgever heeft niet de mogelijkheid continu toezicht te houden. Daarom is het van belang dat de medewerker ook daadwerkelijk zijn eigen verantwoordelijkheid neemt.

Voorbeeld: Andere afspraken, bijvoorbeeld een verklaring dat de werkplek aan de arbo-eisen voldoet of een akkoordverklaring met controles door of namens de werkgever (mits vooraf aangekondigd) worden vastgelegd in een overeenkomst. Het maakt, voor deze overeenkomst en verplichting tot bijvoorbeeld het vergoeden van faciliteiten, nog wel verschil of het thuiswerken verplicht wordt door de werkgever of dat de werknemer er zelf om verzoekt. Bijlage 1 bevat een checklist waarmee de medewerker en werkgever de thuiswerkplek kunnen controleren. Bijlage 3 bevat vragen die de leidinggevende met de medewerker kan bespreken voor het maken van afspraken. Klik hier voor een handige test van de vereniging van universiteiten: http://www.kanstest.nl  Met deze test kan men zelf zien of de werkplek goed is ingesteld en of er kans is op RSI. 

  • Controle van de werkplek De werkgever is verantwoordelijk voor de kwaliteit van uw werkplek thuis. De werkgever kan u daarom vragen of hij thuis mag komen (laten) kijken. Een medewerker hoeft de werkgever in principe niet in huis toe te laten. Als de medewerker de werkgever wel in de woning toelaat, is het belangrijk daar goede afspraken over te maken, bijvoorbeeld over het tijdstip van bezoek. De Inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie) kan ook op bezoek komen om de arbeidsomstandigheden van thuiswerkers en telewerkers te controleren.

De rol van de ondernemingsraad

De OR heeft met betrekking tot het invoeren van Nieuwe Werkstijlen adviesrecht. Het betreft namelijk een belangrijke technologische en organisatorische verandering. Het invoeren van Nieuwe Werkstijlen is een belangrijke technologische en organisatorische verandering. Op grond van artikel 25 (lid 1 onder k) van de WO moet de OR hierover om advies worden gevraagd. Als gevolg van Nieuwe Werkstijlen kunnen de arbeidsomstandigheden en de arbeidstijden veranderen. Op beide terreinen heeft de OR instemmingsrecht conform artikel 27 van de WOR. Het kenniscentrum Werk en Vervoer heeft een checklist opgesteld voor Ondernemingsraden, Checklist voor ondernemingsraden. Klik hier voor de Checklist HNW voor Ondernemingsraden 

De praktijk: de 3 G’s

Nieuwe werkstijlen omvat onder meer de verschillende soorten werkplekken. In het onderdeel beeldschermwerk van deze Arbocatalogus is de informatie over de vaste werkplekken en over kantoorsituaties te vinden <<Linken naar Arbeidshygiëne en Ergonomie>>. In de zogenaamde flexibele kantoorconcepten is vaak een keuze te maken uit diverse type werkplekken die afhangen van het soort werk wat gedaan moet worden. Daarnaast komt er steeds meer keuze uit middelen om mee te werken, zoals een vaste PC-opstelling op kantoor, een tablet onderweg in de trein of mails lezen vanaf de smartphone.
Hieronder volgt een indeling in de 3 aspecten die bij Nieuwe Werkstijlen een rol spelen, de 3 G’s. Per onderdeel wordt aangegeven wat vanuit arbo-oogpunt maatregelen en oplossingen zijn.

1. Gedrag

Zoals in de inleiding al is aangegeven wordt de rol van de managers anders als gevolg van Nieuwe Werkstijlen. De nadruk wordt verlegd van sturen op aanwezigheid naar, meer op afstand en sturen op resultaat. De rol van de medewerker wordt ook anders, deze krijgt meer verantwoordelijkheid en moet deze nemen op basis van door de werkgevers verstrekte informatie. Naast de voordelen zijn aan Nieuwe Werkstijlen ook nadelen te benoemen. Sommige medewerkers kunnen moeilijk met de verkregen vrijheid omgaan of hebben moeite met bewaken van de balans werk-privé.
De werkgever moet de medewerker voorlichten over hoe gezond gewerkt kan worden. De medewerker moet hierbij zelf de verantwoordelijkheid nemen de adviezen op te volgen. De volgende punten kunnen managers en medewerkers helpen het gezond werken te borgen.

  • De medewerker en leidinggevende kunnen samen een checklist doorlopen om te beoordelen of de thuiswerkplek voldoet: Bijlage 1 (direct linken)
  • Bijlage 2 is een checklist waarmee de medewerker kan testen of hij /zij geschikt is voor Nieuwe Werkstijlen. Bijlage 2 (direct linken)
  • Bijlage 3 bevat een vragenlijst die medewerkers en managers kunnen gebruiken als basis om afspraken te maken over thuiswerken. Bijlage 3 (direct linken)
  • Een handige scan voor een medewerker om te bekijken of de werkplek goed is ingesteld: kanstest.nl
  • Kijk bij het onderdeel PSA /werkdruk van deze Arbocatalogus voor tips over omgaan met werkdruk (direct linken)
  • Zelftest HNW van het Rijk HNW-zelftest  Hiermee  krijgt men een integraal beeld van de belangrijkste gebieden van Het Nieuwe Werken, zoals Bricks (huisvesting), Bytes (ICT) en Behaviour (mensen en gedrag). 

Tips voor Nieuwe Werkstijlen en welzijn:

  • Organiseer je werk goed, volg desnoods een training timemanagement of leer snellezen. Houd de regie over je werk.
  • Plan voldoende overleg en contactmomenten in met collega’s en leidinggevende
  • Niet vergeten te pauzeren en voldoende te bewegen
  • Zorg voor gedoseerde informatiestromen.
  • Vraag jezelf regelmatig af of je werkwijze past bij je situatie

2. Gigabytes

Hulpmiddelen Bring Your Own Divice (BYOD)
Naast de verschillende soorten werkplekken en de gebruikelijke vaste PC opstelling of laptop wordt steeds meer gebruik gemaakt smartphones en tablets. Soms worden deze door de provincie verstrekt, maar steeds vaker wordt het principe van BYOD toegepast. Medewerkers mogen dan een eigen telefoon en/of tablet meenemen en voor het werk gebruiken. Soms is hiervoor zelfs een vergoedingsregeling. Een belangrijk aspect die hierbij meegenomen dient te worden is dat de ondersteuning en afstemming (van de apparatuur) een lastig vraagstuk kan zijn voor de ICT afdeling.
Smartphones worden naast telefoneren veel gebruikt voor email. Het spreekt voor zich dat een smartphone of een tablet zich vanuit arbo-oogpunt niet leent voor langdurig gebruik. Gebruik van deze hulpmiddelen is kortdurend. Bij gebruik van een tablet geldt vooralsnog hetzelfde stramien als laptop gebruik: Werkt men langer dan 2 uur per dag met een tablet dan gelden de regels voor werken aan een beeldschermopstelling.

  • Zie hiervoor ook de oplossing van de provincie Zeeland over tablet gebruik.
  • Noord Brabant: voorbeeldafspraken BYOD
  • Zelftest HNW van het Rijk. Hiermee  krijgt men een integraal beeld van de belangrijkste gebieden van Het Nieuwe Werken, zoals Bricks (huisvesting), Bytes (ICT) en Behaviour (mensen en gedrag).
  • Het A&O-fonds heeft samen met elf arbo-coördinatoren een onderzoek gedaan naar digitale arbo-instrumenten en arbo-apps. Het rapport is hieronder opgenomen bij de oplossingen.
  • Om de ergonomische aspecten van het werken met tablets en smartphones te meten is er in het kader van het bovengenoemde onderzoek een vragenlijst opgesteld. Deze kan gebruikt worden om de ergonomische aspecten Mens Techniek en Organisatie te meten.

3. Gebouw

  • Werkplekken
  • Thuiswerkplek
  • Mobiele werkplek onderweg
  • Werkplek op locatie, bijv in vergaderlocatie of flex-kantoor
  • Kantoorwerkplekken:
    • Flexplekken
    • Aanlandwerkplekken
    • Stiltewerkplekken
    • Vergaderruimtes
    • Overleg- en ontmoetingsruimtes.

Op de thuiswerkplek na zijn de ruimtes niet persoonsgebonden, dit vereist doorlopend aanpassingen. De door de werkgever gegeven voorlichting over gezond werken moet door de medewerker ter plaatse benut kunnen worden voor het aannemen van een verantwoorde werkhouding.
Kijk bij de oplossingen bij o.a. Overijssel voor de instelinstructie van de werkplek en de Zelftest HNW van het Rijk   Hiermee  krijgt men een integraal beeld van de belangrijkste gebieden van Het Nieuwe Werken, zoals Bricks (huisvesting), Bytes (ICT) en Behaviour (mensen en gedrag).
Handige test voor instellen werkplek van VSNU

Tips voor mobiele werkers:
•    Gebruik een laptophouder en een los toetsenbord
•   Zorg dat je op een pc, laptop of tablet elders volwaardig op afstand kunt werken
•    Zorg voor een goede ergonomisch verantwoorde werkplek
•   Werk je op een locatie waar dit niet mogelijk is, maak er dan een gewoonte van het beeldschermwerk tot twee uur achtereen te beperken
•    Met mooi weer buiten werken lijkt aantrekkelijk, wees echter alert op zonlicht/daglicht/wisselende weersomstandigheden. Slecht zicht op het scherm of extra spiegeling kan hoofdpijn klachten geven. Langdurig buitenwerken in de tocht kan een stijve nek opleveren.
•   Zorg dat je werkplekken kiest die geschikt zijn voor de taak van dat moment: in een lawaaiige openbare gelegenheid is het niet handig om geconcentreerd te willen werken. E.e.a. vraagt goede planning van werkzaamheden

Wetgeving

De werkgever blijft verantwoordelijk

De werkgever is verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden van de werknemer. De arbo-eisen die aan plaatsonafhankelijk werken worden gesteld, zijn vastgelegd in de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling. Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om de juiste voorwaarden te scheppen. De werknemer is verantwoordelijk voor het naleven van de richtlijnen, ook al is er geen direct toezicht.

  • Wetgeving De Arbowet is een raamwet. Dat betekent dat er in de wet geen specifieke regels (de zogeheten materiële bepalingen) zijn opgenomen, bijvoorbeeld over beeldschermwerk. De materiële bepalingen zijn opgenomen in het Arbeidsomstandighedenbesluit. De Arbowet en het Arbobesluit bieden de overheid de mogelijkheid om over bepaalde onderwerpen nadere regels te geven. Die regels worden gepubliceerd in de Arboregeling. Veel regels zijn nog tamelijk algemeen. Werkgevers en werknemers kunnen samen het arbeidsomstandighedenbeleid in hun organisatie vormgeven. De Arbocatalogus kan hierbij  oplossingen bieden.

Wetgeving per 1 juli 2012

De term "thuiswerk" in afdeling 1 artikel 1.1 lid 5d is verwijderd.

Afdeling 10 Thuiswerkers is vervangen door plaatsonafhankelijke arbeid (artikel 1.43 – 1.53). Onder plaatsonafhankelijke arbeid wordt verstaan " ... arbeid ... verrichten in een woning of op een andere door die werknemer gekozen plaats buiten het bedrijf of de inrichting, die niet de arbeidsplaats van die werkgever is;"

Plaatsonafhankelijke arbeid viel voor 1 juli 2012 onder het volledige arboregime. Dat betekende dat als de werknemer arbeid verricht buiten de reguliere arbeidsplaats, bijvoorbeeld in een (internet)café, de werkgever volledig verantwoordelijk is voor de arbeidsomstandigheden. Dat kan voor de ontwikkeling op het gebied van Het Nieuwe Werken een beperkende factor zijn. Voor arbeid verricht in een woning, het oorspronkelijke 'thuiswerk', gold al een lichter arboregime.

 Met de wijziging per 1 juli 2012 valt ook plaatsonafhankelijke arbeid op andere plaatsen dan 'in een woning' onder deze definitie en daarmee onder een lichter Arbo regime. De werkgever hoeft dan voor plaatsonafhankelijke arbeid onder andere niet langer te voldoen aan concrete eisen in hoofdstuk 3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Inrichting arbeidsplaatsen), zoals vluchtwegen, nooduitgangen, brandbestrijding, voorkomen valgevaar, etc.

Alle artikelen die betrekking hebben op plaatsonafhankelijke arbeid staan in de vernieuwde afdeling 10 van hoofdstuk 1 van het Arbobesluit.

Wettelijke verplichtingen

De verplichtingen uit de Arbowet op het gebied van plaatsonafhankelijke arbeid en beeldschermwerk komen op het volgende neer:

  • Risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE)

De werkgever moet gevaren met fysieke belasting voorkomen door onder meer (vooraf) de werksituatie te inventariseren en (regelmatig) te evalueren ( art. 5.3 en art. 5.9).

  • Voorlichting

De werkgever moet de werknemer voorlichten over mogelijke risico's en maatregelen ( art. 5.5).

  • Ergonomische werkplek

Bij plaatsonafhankelijk werken moet de werkplek ingericht zijn volgens de ergonomische beginselen, tenzij dit redelijkerwijs niet van de werkgever kan worden gevergd (Arbobesluit art. 5.4 en 5. 12).

Indien de werknemer plaatsonafhankelijke arbeid verricht in de eigen woning, dan wordt door de werkgever, tenzij de werknemer daar reeds uit eigen hoofde over beschikt, een werkplek als bedoeld in artikelen 5.4 en 5.12 ter beschikking gesteld.

De arbeid aan een beeldscherm is zodanig georganiseerd dat deze arbeid telkens na ten hoogste twee achtereenvolgende uren wordt afgewisseld door andersoortige arbeid of door een rusttijd, zodanig dat de belasting van het verrichten van de arbeid aan een beeldscherm wordt verlicht (Arbobesluit art. 5.10).

Indien de werknemer plaatsonafhankelijke arbeid verricht in de eigen woning, dan worden door de werkgever, tenzij de werknemer daar reeds uit eigen hoofde over beschikt, voorzieningen voor kunstverlichting als bedoeld in artikel 6.3, tweede lid, ter beschikking gesteld (Arbobesluit art. 1.48).

Beschikbaarheid gegevens: In geval van het verrichten van plaatsonafhankelijke arbeid zijn van de werknemer bij de werkgever gegevens beschikbaar omtrent naam, adres en woonplaats alsmede van de werkzaamheden die door hem worden verricht en van de stoffen, hulpmiddelen en werktuigen die daarbij worden gebruikt (Arbobesluit art. 1.51).

  • Eisen voor beeldschermwerkplekken zijn niet van toepassing op:

werkplekken waarbij een werknemer gewoonlijk minder dan twee uur per etmaal gebruikmaakt van een beeldscherm (Arbobesluit art. 5.8).

zogenoemde draagbare systemen die niet aanhoudend worden gebruikt op een werkplek (Arbobesluit art. 5.8).

Oplossingen van provincies

Provincie Overijssel

Provincie Zeeland

Provincie Noord Brabant

Provincie Friesland

Provincie Noord Holland

Provincie Drenthe

A&O-fonds Provincies; rapportage onderzoek naar digitale arbo-instrumenten en arbo-apps

Bijlagen

Bijlage 1 HNW RI&E Thuiswerken

Bijlage 2 Past thuiswerken bij mij

Bijlage 3 Checklist gesprek medewerker en manager

Gebruikte bronnen en tips

  • Het Nieuwe Werken, veilig en gezond. Hoe doe je dat? Handreiking en Publieksversie:
  • AI-57 Nieuwe werkstijlen van SDU uitgevers
  • Het Nieuwe Werken “ wat maakt het verschil” Uitgave van Benchmarken Benchlearning Rijk
  • A+O gemeenten: Het Nieuwe Werken Thuiswerken en Arbo
  • Een test om te beoordelen of je werkplek goed hebt ingericht van vereniging van universiteiten http://www.kanstest.nl/

Document acties