Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home → Risico's → Arbeidshygiëne en ergonomie → Blootstelling aan biologische agentia
Zoek pagina
leeswijzer

De Arbocatalogus Provincies is met de grootst mogelijke zorg samengesteld onder verantwoordelijkheid van het A&O Provincies en van toepassing op de medewerkers die vallen onder de provincie CAO. Werkgevers en vakbonden in de sector beschrijven in de arbocatalogus samen hoe provincies kunnen voldoen aan wettelijke eisen op het gebied van veilig en gezond werken. Elke provincie is zelf verantwoordelijk voor het toepassen van de beschikbare informatie volgens de arbeidshygiënische strategie.

In de gebruikershandleiding leest u hoe u de site het best kunt gebruiken.


Heeft u na het lezen vragen, tips of wilt u reageren op de inhoud van de Arbocatalogus, stuur dan een mailtje naar info@aenoprovincies.nl.

Meer informatie over het A&O Provincies of voor ontvangen van de digitale nieuwsbrief van het A&O Provincies klik hier: www.aenoprovincies.nl

 

Blootstelling aan biologische agentia

Blootstelling aan biologische agentia

Medewerkers van provincies kunnen tijdens hun werk blootgesteld worden aan biologische agentia. Biologische agentia worden in de arbowetgeving gedefinieerd als ‘al dan niet genetisch gemodificeerde micro-organismen, celculturen, menselijke endoparasieten die een infectie, allergie of toxiciteit kunnen veroorzaken’. Kortweg zijn het bacteriën, schimmels, virussen en dergelijke die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Denk hierbij aan infectieziekten en bijvoorbeeld allergische reacties. Er zijn branches waar men gericht werkt met biologische agentia zoals bijvoorbeeld in laboratia. Biologische agentia waar provinciemedewerkers mee in aanraking kunnen komen zijn bijvoorbeeld blauwalg, teken (ziekte van lyme) en botulisme. Via bijvoorbeeld de grond(zand), afval, afvalwater/rioolwater kan men tijdens het werk in aanraking komen met biologische agentia. De functies binnen de provincies die risico op blootstelling aan biologische agentia lopen zijn bijvoorbeeld de muskusrattenvangers, verkeersinspecteurs, ecologen, bodes en handhavers. In dit onderdeel wordt de wetgeving weergegeven, welke risico’s er zijn en een aantal oplossingen om te voldoen aan de wetgeving. Per provincie kan de situatie verschillen, het is daarom van belang om met een actuele RI&E te bepalen welke maatregelen noodzakelijk zijn.

Wettelijke basis
De basis voor de regelgeving op het gebied van biologische agentia ligt in de Arbowet. Met name de verplichting om een RI&E uit te voeren moet ervoor zorgen dat er voldoende inzicht is om maatregelen te kunnen treffen om gezondheidsschade door blootstelling aan biologische agentia te voorkomen (artikel 5 van de Arbowet). Voor meer informatie over de RI&E voor provincies, klik hier www.aenoprovincies.nl. Als blijkt dat er blootstelling is aan biologische agentia dan moet een nadere inventarisatie plaatsvinden, : Artikel 4.2 van het Arbobesluit Zie ook bij het item RI&E en biologische agentia.

De voorschriften rond biologische agentia staan in het Arbobesluit, artikelen 4.84 t/m 4.102. Artikel 4.84 t/m4.102 van het Arbobesluit. Het is in verband met de wetgeving van belang dat onderscheid gemaakt wordt tussen levende en niet levende biologische agentia. 
Voor niet levende biologische agentia is de algemene regelgeving voor gevaarlijke stoffen relevant. Hoofdstuk 4 “gevaarlijkste stoffen en biologische agentia” van het Arbobesluit. In afdeling 9 van hoofstuk 4 van het arbobesluit wordt specifiek ingegaan op levende biologische agentia. Voor levende biologische agentia wordt in het arbobesluit onderscheid gemaakt in 4 categorien biologische agentia. Categorie 1 is niet ziekmakend voor mens, 2 het minst en 4 het meest ziekmakend. Een overzicht is te vinden in het AI-blad nummer 9 Biologische agentia.
Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen werksituaties waarbij gericht (doelbewust) wordt gewerkt met biologische agentia (en dus ook bekend is welke dit zijn) en niet gericht. In het eerste geval gelden extra strenge regels. In het laatste geval –en van toepassing voor de werkzaamheden binnen de provincies- is het een ongewild bijverschijnsel.).

Risicogroepen
Er zijn 3 risicogroepen die een extra risico kunnen lopen bij blootstelling aan biologische agentia.
Jeugdige werknemers (jonger dan 18 jaar) mogen niet werken met en/of blootgesteld worden aan bioloigsche agentia uit de categorie 3 en 4.
Het is zwangere medewerksters verboden te werken als ze blootgesteld kunnen worden aan de biologische agentia Toxoplasma en rubellavirus (tenzij aantoobaar is dat ze er immuun voor zijn). Klik hier voor het onderwerp Zwangerschap en werk. De derde groep is de groep met verminderde weerstand door bijvoorbeeld een chronische ziekte. In overleg met een deskundige en de bedrijfsarts moet beoordeelt worden welke werkzaamheden medewerkers, die vallen binnen deze groep, kunnen doen. Medewerkers met een verminderde weerstand kunnen zelf altijd gebruik maken van  het (open) spreekuur van de bedrijfsarts om te overleggen over het werk en de omstandigheden.

RI&E en biologische agentia
Als uit de RI&E blijkt dat medewerkers kans lopen op blootstelling aan biologische agentia tijdens het werk moet een beoordeling plaatsvinden van de aard, de mate en de duur van de blootstelling, hierbij worden ook de aspecten “levend/niet levend”  en “gericht/niet gericht”  meegenomen. Op deze manier kan de het risico voor de medewerkers bepaalt worden.
Bij de beoordeling moeten –naast welke medewerkers in aanraking kunnenkomen- in elk geval onderstaande aspecten meegenomen worden:

  • Aan welke biologische agentia is blootstelling mogelijk?
  • Wat zijn de risico’s (gevolgen/gezondheidseffecten) van blootstelling?
  • Op welke manier komt men in aanraking met de biologische agentia?
  • Deskundigenoordeel over de gezondheidsrisico’s door de blootstelling.

Het is, gezien de specialistische kennis die hiervoor noodzakelijk is, raadzaam om bij de beoordeling van blootstelling aan biologische agentia deskundige hulp in te schakelen.

RI&E en PAGO
Uit de RI&E moet ook blijken wat de inhoud van het PAGO (periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek) moet zijn. De bedrijfsarts geeft op basis van de risico’s geconstateerd in de RI&E een advies over:
- De inhoud van het PAGO, inclusief eventueel bloedonderzoek
- Vaccinaties indien van toepassing
- De frequentie van het PAGO

Iedere medewerker die blootgesteld kan worden aan biologische agentia wordt bij aanvang van die risicovolle werkzaamheden in de gelegenheid gesteld een PAGO te ondergaan.
Als de uitkomst van het PAGO er aanleiding voor geeft, worden aanvullende maatregelen getroffen om schade voor de gezondheid te voorkomen. Een voorbeeld (oplossing)  van een beleid m.b.t. PAGO en vaccinaties is te vinden bij de Good Practises van de provincie Noord Brabant.


Te nemen maatregelen
De werkgever moet blootstelling aan biologische agentia zoveel mogelijk voorkomen en de negatieve effecten op de gezondheid als gevolg van blootstelling zo veel mogelijk beperken. Net als bij gevaarlijkste stoffen geldt ook hier dat men maatregelen volgens de Arbeidshygiënische strategie moet nemen.

Uit de RI&E moet blijken welke risico’s er zijn en welke maatregelen getroffen moeten worden. Er zijn 3 niveaus van maatregelen:

  1. Voorkomen van blootstelling: preventieve maatregelen.
  2. Voorkomen van schadelijke gevolgen na blootstelling: bijvoorbeeld vaccinatie.
  3. Te nemen maatregelen na blootstelling om de nadelige gevolgen zoveel mogelijk te beperken: postexpositieprotocol.

 

Oplossingen

Een manier om te voldoen aan de wet is uitgewerkt in onderstaande oplossingen.

Oplossing Provincie Zeeland, protocol Tekenbeten

 
Binnen de provincie Zeeland is voor de medewerkers die voor hun werkzaamheden in de natuur komen samen met de bedrijfsarts een protocol en meldingformulier opgesteld. De medewerkers krijgen de instructie “ hoe te handelen bij tekenbeten”   en  worden geacht de instructies op  te  volgen. De instructie wordt  uitgereikt en besproken in het werkoverleg , waar arbo een vast agendaonderdeel van is en de instructie is te vinden op intranet. Als een medewerker een tekenbeet opgelopen heeft moet allereerst de teek volgens de omschreven instructies worden verwijderd. Bij klachten volgt een bezoek aan de huisarts en moet de medewerker conform het protocol melding maken maken van de tekenbeet door het meldingsformulier tekenbeet in te vullen. Dit formulier gaat naar de bedrijfsarts en daaruit volgen zonodig preventieve en individuele maatregelen.

Voor de bijbehorende documenten klik hier:

 

Oplossing Provincie Noord Brabant: Functie risicoprofielen en info bladen

 
Op basis van de RI&E bij de provincie Noord Brabant is vastgesteld welke arbo-risico’s men binnen de verschillende functies loopt. Waaronder ook het risico op blootstelling aan biologische agentia.
Voor alle voorkomende functies is een functiericoprofiel opgesteld. Hierin staat onder andere welke (preventieve) maatregelen getroffen moeten worden, wat de inhoud van het PAGO moet zijn, welke PBM’s nodig zijn en of vaccinaties mogelijk/nodig zijn. Daarnaast is aangegeven welke voorlichting bij dit functieirisocprofiel hoort. Het functierisicoprofiel wordt jaarlijks in de functioneringsgesprekscyclus met medewerkers besproken. Afspraken worden op het formulier vastgelegd en uitgevoerd.

Klik hier voor voorbeelden van een functierisicoprofiel (FRP):

Voor de medewerkers die in aanraking kunnen komen met biologische agentia is op basis van de RI&E beoordeelt welke biologische agentia dit zijn. Vervolgens is met ondersteuning van een arbeidshygienist beoordeelt wat de risico’s zijn en op welke manier men in aanraking kan komen met de biologische agentia. Naar aanleiding hiervan zijn infobladen opgesteld. De infobladen bieden informatie over het vóorkomen, besmettingsrouten en –verloop, en vaak over maatregelen ter voorkoming van (gezondheidsschade na) besmetting. Deze worden jaarlijks met de medewerkers besproken.
In het PAGO/aanstellingskeuringen beleid van de provincie Noord Brabant is vastgesteld welke functies in aanmerking komen voor een aanstellingskeuring en daaraan gekoppeld een jaarlijks pago en bloedonderzoek (dit wordt in het beleid en op het functierisicoprofiel het verplichte jaarlijkse PAGO genoemd). Daarnaast is vastgesteld wat de inhoud van de algemene periodieke PAGO is, dit wordt een vrijwillig PAGO genoemd. Ook is vastgesteld welke functies in aanmerkingen komen voor een vaccinatie. Dit beleid is opgesteld naar aanleiding van de RI&E, in samenwerking met de arbo-coordinator, een arbeidshygienist en bedrijfsarts. Het is vastgesteld door de ondernemingsraad en directieraad. Het beleid wordt op basis van de uitkomsten van de RI&E actueel gehouden. Klik hier voor het beleidsdocument.

Voor gebruik is het raadzaam de infobladen te controleren op actualiteit.


Uitgewerkt voorbeeld van de functie Ecologisch onderzoeker met risico op tekenbeten.

Werkzaamheden:
Uitvoerende functie met veel buitenwerk en gemiddeld beeldschermwerk. Loopt in het veld langs struiken, door hoog gras en onder bomen door.

Het risico:
Kans op tekenbeet bij het buitenwerk.
Een teek zal zich proberen vast te klampen aan de kleding of onbedekte huid. Daarna zoekt de teek een geschikte plaats om zich vast te bijten in de huid, waarbij de snuit zich in de huid dringt. De tekenbeet en het zuigen van bloed is voor de mens als zodanig niet schadelijk. Het gevaar zit hem in het overbrengen van ziektekiemen, vanuit de (besmette) teek in de bloedbaan van de gastheer.

Maatregelen: Elke ecologisch onderzoeker beschikt over het functierisicoprofiel C 30, infoblad Lyme en heeft en een tekenbeetsetje. Hieronder worden de maatregelen kort samengevat (naast de algemene persoonlijke hygiene).

Voorkomen van blootstelling:
Kans op een tekenbeet verminderen:
• Blijf in gebieden waar teken kunnen voorkomen zo veel als mogelijk op de paden.
• Vermijd contact met struikgewas en hoog gras.
• Draag bij risico op tekenbeten kleding met lange mouwen en een lange broek. Stop de pijpen van de broek in de sokken.
• Gebruik insectenwerend middel met DEET (zwangeren <20%; anderen: 30-50%) op de onbedekte huid.
Controleer na verblijf in de natuur ‘s avonds de huid op aanwezigheid van teken.
Controleer vooral warme plekken, zoals de oksel, de lies, de bilnaad.

Wat te doen na blootstelling:
Verwijder een teek binnen 24 uur uit de huid en handel daarbij als volgt:
• Pak de teek zo dicht mogelijk bij de huid beet; het liefst met een (teken)pincet.
• Breng geen olie of alcohol op de teek aan.
• Trek de teek er voorzichtig, recht naar boven uit.
• Breng jodium of alcohol op de beetplaats aan om het wondje te ontsmetten.

Noteer de datum waarop, en de plaats waar u gebeten bent. Controleer de eerste drie weken de huid rondom de beet. Let op het ontstaan van de rode ring. Blijf tot 3 maanden na de beet alert op ziekteverschijnselen zoals koorts. Meldt bij ziekteverschijnselen aan de behandelend arts, de datum wanneer je een teek hebt ontdekt.
Jaarlijks:
Een PAGO met bloedonderzoek. Daarnaast wordt elk jaar het infoblad Lyme verstrekt en blijkt uit het bespreken van het FRP C30 of andere maatregelen nodig zijn zoals verstrekken van een tekenbeetset e.d.

Oplossing Muskusrattenbestrijders
Een voorbeeld van een resultaat van samenwerking tussen de provincies onderling is het ‘Handboek Beroepsrisico’s in de Muskusrattenbestrijding”  Dit handboek is tot stand gekomen door het landelijke overleg van muskusrattenbestrijding (MRB).
Het handboek bevat informatie over de risico’s die de muskusrattenbestrijders lopen tijdens hun werk en gaat in op de risico’s, achtergrond informatie over infectieziekten en besmettingsroutes, veel voorkomende biologische agentia en bijbehorende ziektebeelden.
Klik hier voor het “Handboek Beroepsrisico’s in de Muskusrattenbestrijding” 

Tips & links

 


Document acties